De wijk Leopold blijft in 2025 sterk presteren op de kantorenmarkt
De Leopoldwijk bevestigt in 2025 zijn sterke positie op de Brusselse kantorenmarkt. Het totale oppervlak bedraagt er 3.337.449 m², terwijl de leegstand beperkt blijft tot 3,79 %, of iets meer dan 126.500 m² beschikbaar, een niveau dat laag blijft voor deze sector.
De verhuuractiviteit bleef het hele jaar door op peil, met 94.154 m² buiten verlengingen, verdeeld over 63 transacties.
De afgelopen jaren werden bovendien gekenmerkt door een groot aantal huurverlengingen, vaak voor relatief korte periodes. Deze trend werd recentelijk waargenomen en houdt grotendeels verband met de onzekerheid over de organisatie van het werk en de algemene verspreiding van telewerken.
De situatie is momenteel aan het veranderen. In veel organisaties neemt telewerken af en besteden bedrijven meer aandacht aan de kwaliteit van de ruimtes die zij hun teams aanbieden. Verschillende huurders die voor tijdelijke verlengingen hadden gekozen, starten nu met verhuis- of upgrade-projecten. Een deel van deze situaties zal op korte of middellange termijn waarschijnlijk leiden tot nieuwe huurovereenkomsten.
Wat de huurprijzen betreft, liggen de hoogste waarden tussen 370 en 390 €/m²/jaar. Gemiddeld bedragen de huurprijzen 323 €/m²/jaar voor gebouwen van categorie A, 232 €/m²/jaar voor categorie B en 204 €/m²/jaar voor categorie C, wat het verschil tussen de meest recente of gerenoveerde gebouwen en de rest van het bestand bevestigt.
Het profiel van de gebruikers wordt nog steeds grotendeels gedomineerd door instellingen, verenigingen en bedrijven die verband houden met Europese aangelegenheden, die de wijk blijven verkiezen omwille van de ligging en de bereikbaarheid.
Rodolphe du Bois d'Aische (Associate, Office Agency) :
"De vooruitzichten voor 2026 zien er bemoedigend uit wat betreft de verhuur van kantoren. Na gesprekken met talrijke eigenaars is het sentiment over het algemeen optimistisch. Het aantal bezoeken neemt toe en, belangrijker nog, de kwaliteit ervan verbetert, met de terugkeer van solide bedrijven en concretere projecten, wat in contrast staat met de twee voorgaande jaren. We hebben het gevoel dat de markt zich weer positief ontwikkelt: verschillende bedrijven die kortlopende huurovereenkomsten hadden heronderhandeld, overwegen nu te verhuizen om hun teams kwalitatief betere ruimtes te bieden. Deze dynamiek is een zeer bemoedigend signaal voor de toekomstige opname."
Maximilien Mandart (Partner, Head of Office Agency) voegt hieraan toe:
"We merken ook op dat elk project voor de ontwikkeling van kantoren in de Europese wijk met een oppervlakte van minimaal 10.000 m² dat voldoet aan de Europese eisen op het gebied van technische prestaties en duurzaamheid, onvermijdelijk in het vizier van de Europese Commissie zal komen.
De instelling heeft namelijk aangekondigd dat ze voor de periode 2027-2032 op zoek is naar ongeveer 200.000 m² bovengrondse oppervlakte, voornamelijk om gebouwen te vervangen die het einde van hun levenscyclus bereiken of waarvan de huurcontracten aflopen.
De Commissie geeft de voorkeur aan gebouwen met zeer hoge milieuprestaties, die voldoen aan de ZEB-normen (Zero Emission Building) voor nieuwbouw of NZEB-normen voor ingrijpende renovaties."
Leopoldwijk: een nieuwe groeicyclus dankzij solide fundamenten en Europese aantrekkelijkheid
De Europese vastgoedmarkt begint in 2026 aan een nieuwe cyclus, die wordt gekenmerkt door een verbetering van het beleggerssentiment en een grotere beschikbaarheid van financiering. Gedreven door huuropbrengsten en een stijging van de huurprijzen, die opnieuw de belangrijkste drijfveren voor de prestaties worden, zal de sector naar verwachting aan dynamiek winnen. Dit algemene herstel gaat gepaard met een normalisering van het verschil tussen vastgoed- en obligatierendementen, waardoor beleggers meer zichtbaarheid krijgen.
Vincent Vanderstraeten (Partner, Head of Capital Markets Office):
"Op Europees niveau beginnen de eerste positieve signalen zichtbaar te worden. Deze trends moeten echter nog worden bevestigd op belangrijke markten zoals Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Nederland voordat ze een tastbare en duurzame impact kunnen hebben op de Belgische markt. Hoewel voorzichtigheid geboden blijft, bieden bepaalde lokale indicatoren bemoedigende vooruitzichten. We zien met name een aanzienlijk aantal lopende dossiers (pijplijn) waarbij Europese spelers betrokken zijn die langlopende huurovereenkomsten hebben afgesloten. Deze specifieke situatie, die op andere internationale markten zeldzamer is, vormt een onderscheidend voordeel voor Brussel. Op termijn zou het vermogen om te profiteren van deze contractuele stabiliteit de Belgische markt in staat kunnen stellen zich gunstig te positioneren wanneer de investeringscyclus weer aantrekt."